Loofdoding en kiemremming

Met kennis over gewasstand, percentage drijvers en onderwatergewicht kunt u een beslissing nemen over doodspuiten en kiemremming.

 LOOFDODING

Voor het advies over loofdoden maken we onderscheid in percelen zonder (of met weinig) doorwas en percelen met veel doorwas.  

1. Percelen zonder, of met weinig doorwas. (=minder dan 10% doorwasknollen)

Deze percelen kunnen behandeld worden zoals u elk jaar doet voor wat betreft doodspuiten, rooien en kiemremming.

Sommige percelen zitten qua onderwatergewicht net boven de 360. Vergeet niet dat er na het doodspuiten een groot risico is op een daling van het onderwatergewicht! Hou hier rekening mee.

Doodspuitmiddel

Momenteel zijn een groot aantal gebieden te droog voor het toepassen van Diquat (o.a. Reglone). Hierdoor is er kans op naveleindrot. Wanneer er geen bal gekneed kan worden van de grond in de rug moet er voor een ander middel gekozen worden (Spotlight of Quickdown).

2. Percelen met matig tot veel doorwas. (=meer dan 10% doorwasknollen)

-        Percelen met een onderwatergewicht hoger dan 360 gram:

Advies voor deze percelen is groen rooien. Om problemen met het loof te voorkomen wordt geadviseerd om eerst te loofklappen en DIRECT na loofklappen groen te rooien. Op deze manier krijgt de secundaire knol niet de kans de primaire knol 'leeg te zuigen'. In 2006 hebben verschillende telers deze werkwijze gehanteerd, met goede resultaten tot gevolg.

Hierbij willen we toch nog eens onderstrepen dat het heel onverstandig is om bij de aanwezigheid van veel secundaire knollen, uw loof dood te spuiten. Tussen het ogenblik van doodspuiten en rooien zal namelijk de secundaire knol het zetmeel uit de primaire knol zuigen. De primaire knol wordt dan 'een waterzak' en zal niet bewaarbaar zijn!

-        Percelen met een onderwatergewicht lager dan 360 gram:

Deze gewassen voorlopig groen proberen te houden. Op deze manier zal het zetmeelgehalte ook in de secundaire knollen hoger worden. Blijf vervolgens bemonsteren op onderwatergewicht en percentage drijvers. U zal merken dat het percentage drijvers zal afnemen. Ook hier zal uiteindelijk loofklappen en direct na loofklappen groen rooien de oplossing zijn! Doodspuiten is om dezelfde reden als hierboven NIET aan te raden.

Vergeet vooral ook niet bij de phytophthorabespuiting een goede knolbeschermer toe te voegen.

 

 

KIEMREMMING

Gezien de weersomstandigheden van de laatste maanden, is te verwachten dat de aardappelen dit jaar kiemlustig zullen zijn.

Het zal dan ook dit jaar belangrijk zijn om tijdig de eerste gasbeurt te geven met maximale toegestane dosis. Dit is ongeveer 3 weken na het inschuren, als de aardappelen droog zijn.

Percelen gespoten met MH / Fazor

Wanneer gespoten in augustus (onder goede omstandigheden op een gezond gewas) mag er vanuit worden gegaan dat deze een goede werking zal hebben. Tot en met december zullen deze partijen weinig kiemactiviteit vertonen. Daarna is het afhankelijk van de kiemrust of er kieming gaat optreden. Wel zal de kieming altijd vertraagd zijn. Aanvullende maatregelen zijn dan wel noodzakelijk.

1. Percelen met standaardloofdoding:

De percelen die een standaardloofdoding hebben gehad, kunnen op dezelfde manier behandeld worden voor wat betreft kiemremming zoals u jaarlijks doet. Houd wel rekening met eventuele extra kiemlustigheid van de aardappelen van dit jaar.

2. Groen gerooide percelen:

-        aflevering/bewaring tot februari:

Hier adviseren we geen basisbehandeling uit te voeren maar uitsluitend te gassen.

-        aflevering/bewaring tot na februari:

Bij weinig tot geen vervellende aardappelen kan een standaard basisbehandeling uitgevoerd worden. Zitten in uw partij veel vervellende knollen dan adviseren we uitsluitend te gassen om het risico op schilbrand te beperken.

Een juiste beslissing nemen voor wat betreft loofdoden, rooien en gebruik van kiemremmingsmiddelen is op dit ogenblik niet eenvoudig. Heeft u echter nog vragen dan kunt u altijd contact opnemen met uw buitendienstmedewerker.